Hieronder wordt nuttige informatie gegeven over heffingskortingen; belastingen zijn nu eenmaal onderdelen van onze realiteit, en heffingskortingen verlichten de pijn.
Allereerst moet vermeld worden dat deze heffingskortingen afhankelijk zijn van uw persoonlijke situatie. Zodoende heeft u wel of geen recht op bepaalde heffingskortingen. Heffingskortingen zijn kortingen gegeven op de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen.

Er worden momenteel (2012-2013) aan bepaalde (daarvoor in aanmerking komende) burgers een aantal gouvernementele kortingen toegekend, namelijk:
- De algemene heffingskorting
- De arbeidskorting
- De werkbonus
- De inkomensafhankelijke combinatiekorting
- De alleenstaande ouderkorting
- De ouderschapsverlofkorting
- De ouderenkorting
- De alleenstaandeouderenkorting
- De tijdelijke heffingskorting voor vroeggepensioneerden
- De jonggehandicaptenkorting
- De levensloopverlofkorting
- De korting groene beleggingen.

Ongetwijfeld dat het u nu duizelt voor de ogen. Maar wees niet getreurd, want hieronder wordt kort uitgelegd wat deze kortingen inhouden en wat de voorwaarden zijn waaraan voldaan moet worden om zo’n korting binnen te halen.

De algemene heffingskorting

Deze korting is niet zo veeleisend. Ze vraagt een Nederlands staatsburgerschap van u, verder moet u het gehele jaar in Nederland wonen en dient uw fiscale partner (natuurlijk) belastingen betalen. Zonder belastingen geen korting. Iedere Nederlander heeft er recht op, maar deze korting richt zich specifiek op de fiscale partner die het minst verdient.
Vóór 2009 kon iemand die onvoldoende verdiende de algemene heffingskorting aftrekken van de te betalen belasting, en werd deze volledig uitbetaald, indien deze persoon een fiscale partner had, en voor zover de belasting van de twee samen niet negatief werd. Voor partners die niet verdienend zijn en thuis zitten, werkt deze algemene heffingskorting enigszins verzachtend: een erfstuk van de jaren ’70, ook wel aanrechtsubsidie genoemd. De algemene heffingskorting vanaf 1 januari 2013 is €2100.

Zoals ik het nu stel, lijkt het allemaal betrekkelijk eenvoudig. Maar de algemene heffingskorting wordt afgestemd op uw persoonlijke situatie, in dit geval op leeftijd en inkomen. Daarnaast wordt, zoals al aangegeven, de algemene heffingskorting alleen toegewezen als uzelf weinig of niets verdient; en daarentegen uw fiscale partner (uw partner die belastingen betaalt) voldoende belastingen betaalt en/of verschuldigd is.
Verder wordt de algemene heffingskorting langzaamaan afgebouwd. Dit uit zich als volgt:
- In 2024 vervalt de algemene heffingskorting voor de minst verdienende partner;
- Als de fiscale partner weinig of niets verdient en geboren is voor 1963, dan vervalt de
korting niet;
- Indien de fiscale partner die niet of weinig verdient, geboren is na 31 december 1962, maar
vóór 1 januari 1972, is de afbouw van de heffingskorting 26,67 procent;
- Als de fiscale partner die niet of weinig verdient, geboren is na 31 december 1971 en in
2013 niet meer dan 6 maanden een thuiswonend kind heeft dat is geboren na 31 december
2006, dan is de afbouw in 2013 33,33 procent;
- Indien de fiscale partner die weinig of niets verdient geboren is na 31 december 1971, in
2006 langer dan 6 maanden een thuiswonend kind heeft dat is geboren na 31 december 2006,
dan is de afbouw in 2013 26,67 procent.
- Verder zijn 65+ers pechvogels; zij krijgen minder algemene heffingskorting. Vanaf de
maand waarin de AOW-leeftijd bereikt wordt, wat vanaf 2013 65 jaar en 1 mnd. is, is de
algemene heffingskorting € 1.034.

N.B: onder ‘thuiswonend kind’ wordt verstaan: een kind dat bij de gemeente staat ingeschreven op het adres waar u volgens de gemeente woont.
Kijk hier of u recht heeft op deze korting en hoe hoog de korting dan waarschijnlijk voor u zal zijn (hieraan kunnen geen rechten worden verbonden, bij twijfel dienst u de Belastingdienst te informeren).
Hoe wordt de algemene heffingskorting berekend?
Heffingskortingen: algemene heffingskorting (€2100) + arbeidskorting (€X). Dat bedrag is ook weer afhankelijk van allerlei voorwaarden en uw persoonlijke situatie. Hieronder kunt u lezen hoe de arbeidskorting berekend wordt.
Loonbelasting: de belasting die u betaalt over uw loon (bedrag in euro’s).
Verschil: (heffingskortingen – loonbelasting).

U kunt hierboven uitzoeken of u het verschil nog volledig uitbetaald krijgt, of dat u te maken krijgt met een afbouwpercentage. In dat geval betekent dat de algemene heffingskorting (€2100) : 100 = 2,1 (dat is één procent) x het afbouwpercentage. Daar komt een bedrag uit en dat bedrag moet van het hierboven benoemde verschil afgetrokken worden. Dat is dan uw uiteindelijke algemene heffingskorting.

De arbeidskorting

De hoogte van de arbeidskorting wordt bepaald door de leeftijd en de hoogte van het arbeidsinkomen van de arbeider. Als het arbeidsinkomen hoger is dan €40.248, dan houdt het op. Men neemt aan dat mensen boven die grens al genoeg gemotiveerd worden. Voor de precieze hoogte van de arbeidskorting op basis van uw inkomen, kunt u het beste naar de website van de Belastingdienst gaan.

De werkbonus

Zij die geboren zijn na 1949, 1950, 1951 of 1952 hebben recht op de werkbonus, waarbij het arbeidsinkomen in 2013 tussen de € 17.139 – € 33.326 moet liggen. Uitgaande van een klassenindeling, kunnen variaties ontstaan op de werkbonus.

- Als het arbeidsinkomen tussen de € 17.139 – € 19.041 ligt, dan moet het inkomen met €
17.139 verminderd worden. Het bedrag dat daaruit volgt, moet vermenigvuldig worden met
57,673 procent.
- Als het arbeidsinkomen tussen de € 19.041 – € 22.852 ligt, dan is de werkbonus € 1.100.
- Als het arbeidsinkomen tussen de € 22.852 – € 33.326 ligt, dan is de werkbonus € 1.100 -
10,502 procent van (€ 33.326 – € 22.852).

De inkomensafhankelijke combinatiekorting

Deze korting wordt berekend over het arbeidsinkomen. Als u voor deze korting in aanmerking wilt komen en u bent kinderloos, dan bent u meteen verwezen naar het rijk der kanslozen (voor deze korting). Minimaal zes maanden een kind hebben in 2013, dat is geboren na 31 december 2000, is voor deze korting een absolute voorwaarde, net zoals:

- De inschrijving van dit kind in die periode bij de gemeente, op uw woonadres.
- In het geval van co-ouderschap moet het kind ten minste drie hele dagen per week bij het
huishouden behoren.
- Het arbeidsinkomen is hoger dan € 4.814.
- Géén fiscale partner hebben, of;
- Wél een fiscale partner hebben, met een eigen inkomen dat lager is dan dat van uw fiscale
partner.
Het inkomensafhankelijke gedeelte van de combinatiekorting betekent dat u, op basis van uw arbeidsinkomen, een bepaald kortingsbedrag krijgt. Voor het berekenen hiervan dient u wederom naar de website van de Belastingdienst te gaan. Er zit wederom een verschil tussen mensen vóór, tijdens en ná het bereiken van de AOW-leeftijd.

De alleenstaandeouderkorting

De alleenstaandeouderkorting is € 947 (vanaf de AOW-leeftijd: € 490). Om voor de alleenstaandeouderkorting in aanmerking te komen, dient u meer dan zes maanden géén fiscale partner te hebben. Verder moet u ouder zijn, van één of meer kind(eren) die bij de gemeente op uw woonadres ingeschreven staan. De jongste moet geboren zijn na 31 december 1994 en uw ingeschreven kind(eren) worden door u onderhouden voor €408 per kwartaal of meer. Hieronder valt ook de kinderbijslag. Als uw kind(eren), of één van uw kinderen, eigen inkomen heeft of eigen vermogen bezit, waar het zichzelf mee kan onderhouden, dan valt u buiten het bereik van deze korting. Als uw kind geboren is na 31 december 2006, dan wordt deze korting verhoogd, met 4,3% van uw arbeidsinkomen als u onder de AOW-leeftijd zit (65 jaar en één maand voor 2013). Boven de AOW-leeftijd geldt een verhoging van 2,22%.

De ouderschapsverlofkorting

Deze korting is mogelijkerwijs op u van toepassing, als u onlangs, in 2012 of 2013, ouderschapsverlof heeft opgenomen. De Belastingdienst stelt een bewijs van dit verlof van de werkgever (ouderschapsverklaring) verplicht, en het is zaak dat u deze goed bewaart.

De ouderschapsverlofkorting (voor verlofopname in 2013 alsmede in 2012) wordt als volgt berekend:
(Aantal uur ouderschapsverlof opgenomen in 2013) x (€ 4,24)

Hierbij geldt wel een maximum. Voor 2013 en 2012 verschillen die. Als u ouderschapsverlof heeft opgenomen in 2012, dan is de maximale ouderschapskorting (het belastbaar loon over 2011 – het belastbaar loon over 2013). Als u ouderschapsverlof op heeft genomen in 2013, dan wordt het maximum aan korting berekend als volgt: (belastbaar loon 2012 – belastbaar loon 2013).

Heffingskortingen voor AOW-gerechtigden

Deze noemer wordt weer verdeeld in de ouderenkorting en de alleenstaandeouderenkorting.

De ouderenkorting

De ouderenkorting kan slechts toegepast worden, als u ook door de overheid als een ‘oudere’ gezien wordt. Het hiervoor geldende criteria is dat u in 2013 de AOW-leeftijd moet bereiken of al bereikt moet hebben. Daarbij moet u een fiscale partner hebben en dus niet alleenstaand zijn. Als laatste moet in het oog gehouden worden dat het verzamelinkomen (p.p.) in 2013 niet hoger mag zijn dan € 35.450, om voor deze korting in aanmerking te komen. Zodra dit voor u geldt, heeft u recht op een korting van € 1.032. Geldt dit niet voor u, en zitten u en fiscale partner boven deze grens, dan ontvangen u en uw fiscale partner een korting van € 150.

De alleenstaandeouderenkorting

Bent u als 65+-er wel alleenstaand? Dan geldt, zoals u ongetwijfeld gelezen heeft, bovenstaande korting niet voor u. Wél is deze korting geldend. Gelijkerwijs moet u bij deze korting in 2013 een AOW-uitkering voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder ontvangen, of daarvoor in aanmerking komen. Als u in het buitenland heeft gewoond of erkend gemoedsbezwaarde bent en deswege geen of volledige uitkering voor een alleenstaande of alleenstaande ouder ontvangt, dan heeft u ook recht op deze korting. Deze korting betreft standaard €429, ongeacht inkomen.

Tijdelijke heffingskortingen voor vroeggepensioneerden

Vervroegd met pensioen gaan, zal door velen benijd worden. Helaas zijn slechts een aantal bevoorrecht om dit ook werkelijk te mogen ervaren. Als u één van die geluksvogels bent, dan geldt deze korting hoogstwaarschijnlijk ook voor u. Als u op 31 december 2013 jonger bent dan de wettelijk vastgestelde AOW-leeftijd, dan wordt u als een vroeggepensioneerde gekenmerkt. Daarnaast dient u een uitkering uit een pensioenregeling of een regeling voor vervroegd uittreden te ontvangen.
De tijdelijke heffingskorting voor vroeggepensioneerden wordt berekend en is gelijk aan 1% van de uitkering uit een pensioenregeling of regeling voor vervroegd uittreden, en er is hieraan een maximum gebonden van € 182.

Jonggehandicaptenkorting

Als u in 2013 recht heeft op/een beroep doet op een volgens de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong-uitkering) of op ondersteuning bij het vinden van werk volgens de wet Wajong, dan bent u geschikt voor de jonggehandicapten-korting. Maar ook als dit niet het geval is, door het samenvallen met een andere uitkering of een teveel aan andere inkomsten uit werk in 2013, dan kunt gebruikmaken van deze korting. Anders niet. Ook vervalt deze korting als u al ouderenkorting krijgt. De heffingskorting voor jonggehandicapten betreft € 708.

Levensloopverlofkorting

Als u gespaard heeft met de door de overheid erkende levensloopregeling en u heeft de intentie om in 2013 van diezelfde spaarrekening een bedrag op te nemen voor onbetaald verlof, dan kan deze korting misschien wat voor u betekenen. De levensloopverlofkorting is per jaar maximaal € 205, die u hebt gespaard voor de levensloopregeling in de periode 2006 tot en met 2011. Na 2011 sparen voor diezelfde regeling, betekent dat die jaren niet meegerekend worden voor de berekening van de korting.
Het maximum van de korting overstijgt nooit het bedrag dat van de spaarrekening voor de regeling wordt opgenomen. Indien u in één (of meerdere) van de jaren 2006-2012 gebruik heeft gemaakt van deze regeling dan moet de maximale korting van 2012 verminderd worden met de korting die u in (één of meerdere) van die jaren kreeg. De werkgever zal automatisch rekening houden met deze korting, zodat u zich daar verder niet druk over hoef te maken.
Korting voor groene beleggingen
Mocht u, of uw fiscale partner, het lumineuze idee vervat hebben om te beleggen in een door de Belastingdienst erkend groenfonds? Dan is deze korting u op het lijf geschreven. De heffingskorting voor groene beleggingen wordt berekend over maximaal de vrijstelling die u gebruikt bij het bepalen van uw belastbaar inkomen in box 3 (sparen en beleggen). De heffingskorting is 0,7% van uw vrijstelling in box 3. Als de aanslag ingediend is, berekent de Belastingdienst die heffingskorting automatisch.

Gerelateerde linksheffingskorting berekenen
5 reacties
  1. D.P.GOEDHART says:

    Mijn vrouw is in 26 februari 65 jaar geworden.26 april a.s krijgt zij voor het eerst AOW. Tot nu toe is de heffingskorting van € 175,= per maand gewoon uitbetaald. Dit stopt uiteraard per 1 april. Mijn vraag is wat is nu de hoogte van de heffingskorting in 2014 wordt.Het lage bedrag vanaf april 2014 en 3 maanden het hoge bedrag of krijgt zij alleen maar voor het hele jaar het lage bedrag hetgeen dan betekenen zou dat zij de uitbetaalde heffingskorting over de eerste 3 maanden terug zou moeten betalen..

    Beantwoorden
  2. Kees Luidinga says:

    Mijn geb.datum is 21-10-1945, alleenstaand met een pensioen op het niveau van de aow uitkering. Geen vermogen of spaargeld, geen eigen huis, geen alimentatie kwesties. In feite, gepensioneerd zonder bezittingen en schulden en verplichtingen, een voor de belastingdienst een uiterst eenvoudige zaak. Mijn opgaven inkomsten belastingen kennen een algemene heffingskorting toepassing. Hoe kan het dan zijn dat mijn maandelijkse aow uitkering is gebaseerd op een uitkering zonder heffingskorting, voor het jaar 2015 netto rond de 850 euro en dus NIET de 1050 euro per maand met heffingskorting. Kunt U dat verschil verklaren? Heb ik nu ja of nee recht op een algemene heffingskorting? En zo ja, waarom komt dat dan niet tot uitdrukking in de maandelijkse uitkering van rond de 1050 euro. Gaarne een reactie uwerzijds waarvoor bij voorbaat mijn erkentelijkheid.

    Beantwoorden
  3. pvbrakel says:

    kees, dat komt omdat je pensioenfonds waarschijnlijk wel loonheffing inhoud.
    1 van de uitkering instanties mag maar loonheffings korting inhouden. dat doet dus denk ik het pensioen fonds.

    de aow houdt normaal geen loonheffing in omdat de alleenstaande ouderen korting en de algemener heffingskorting voldoende zijn.
    nu dus wel .daarom die 850 euro. als je er 19,1% bijteld kom je aardig in de buurt van die 1050(is overigens 1034)

    Beantwoorden
  4. Max says:

    Goeden dag,het hoort hier misschien niet t,huis,maar als ik pensioen heb,kan ik dan nog studie koste opvoeren,en beroepskosten zoals verlengen van diverse bevoegdheden omdat die anders verlopen?
    Gr.Max

    Beantwoorden
  5. Dm says:

    Mijn partner bereikt in 2016 de AOW leeftijd. Ik ontvang algemene heffingskorting ( zgn aanrechtsubsidie) Welke stappen moet ik ondernemen richting de belastingdienst om straks niet voor verrassingen komen te staan

    Beantwoorden

Laat een reactie achter

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>